De lichaamseigen stof glucosamine, vaak ingezet bij gewrichtsklachten en artrose, lijkt het risico op hart- en vaatziekten te verlagen. De Britse Biobank, met DNA-gegevens en medische informatie over honderdduizenden personen, levert daarvoor sterke aanwijzingen. De onderzoekers bepleiten klinische studies om de preventieve werking van glucosamine verder te kunnen verifiëren.
Deze prospectieve cohortstudie telde 466.039 deelnemers over het hele land verspreid, die tussen 2006 en 2010 door de Biobank waren gerekruteerd. Bij de start van het onderzoek hadden zij geen hart- en vaatziekten. Zij gaven hun eventuele gebruik van supplementen op, waaronder ook glucosamine. Zij werden tot 2016 gevolgd.
De belangrijkste uitkomstmaat was het optreden van coronaire hartziekte, beroerte of overlijden door hart- en vaatziekten. Gedurende zeven jaar vonden in totaal 10.204 van dergelijke gebeurtenissen plaats. 5.745 maal was sprake van een coronaire hartziekte, terwijl een beroerte zich 3.263 maal voordeed. 3.060 mensen kwamen te overlijden door hart- en vaatziekten. Om het verband zo goed mogelijk te bepalen, werd gecontroleerd voor een groot aantal verstorende factoren, met name leeftijd, sekse, Body Mass Index (BMI), leefstijlfactoren, voedselinname en medicijngebruik.
De onderzoekers voerden bovendien enkele gevoeligheidsanalyses uit. Omdat gebruikers van glucosamine ook vaker geneigd waren andere supplementen te gebruiken, werden alle personen die dat deden uitgesloten. Om de invloed van een zogeheten omgekeerde causaliteit te beperken, werden ook de deelnemers eruit gehaald die binnen twee jaar na 2010 werden getroffen door een van de genoemde hart- en vaatproblemen. Tenslotte werd rekening gehouden met een mogelijke genetische predispositie voor hart- en vaatziekten, die de link met glucosamine zou kunnen verstoren.
Glucosamine was geassocieerd met een significant lager risico van 15% op hart- en vaatziekten. Bij de drie uitkomstmaten liepen de percentages uiteen van 9 tot 22%. Na de controle op verstorende factoren veranderden de gevonden associaties niet noemenswaardig. Uitzondering daarop vormde rookgedrag. Het verband was veel sterker onder rokers (37% lager risico) dan onder voormalige rokers (18%) of degenen die nooit gerookt hadden (12%).
Ma H, Li X, Sun D, Zhou T, Ley SH, Gustat J, Heianza Y, Qi L. Association of habitual glucosamine use with risk of cardiovascular disease: prospective study in UK Biobank. BMJ. 2019 May 14;365:l1628. https://www.bmj.com/content/365/bmj.l1628