Haver verlaagt het cholesterol bij mensen met het metabool syndroom. Duitse onderzoekers laten zien dat niet alleen bètaglucanen, maar ook fenolische verbindingen die darmbacteriën uit haver produceren hierbij een belangrijke rol spelen.
De onderzoekers voerden twee gerandomiseerde gecontroleerde interventiestudies uit bij volwassenen met het metabool syndroom. In totaal participeerden 68 deelnemers, verdeeld over twee parallelle studies. De gemiddelde leeftijd lag rond de 59 jaar en de gemiddelde BMI rond 32 kg/m². Alle deelnemers hadden abdominale obesitas en daarnaast minimaal twee andere kenmerken van het metabool syndroom, zoals hypertensie, dyslipidemie of een verstoorde glucosestofwisseling.
In de eerste studie kregen 34 deelnemers gedurende twee dagen driemaal daags een maaltijd met telkens 100 gram havervlokken. De controlegroep ontving controlemaaltijden met dezelfde verhouding macronutriënten, maar dan zonder haver. In de tweede studie vervingen 34 deelnemers gedurende zes weken dagelijks één maaltijd door een portie van 80 gram havervlokken, terwijl de controlegroep het gebruikelijke voedingspatroon voortzette zonder haver.
In de tweedaagse interventie stegen de plasmaconcentraties van ferulinezuur en dihydroferulinezuur significant in de havergroep. Tegelijkertijd daalden zowel het totaalcholesterol als LDL-cholesterol. De onderzoekers vonden sterke verbanden tussen deze cholesteroldaling en een toename van microbiële fenolische metabolieten, waaronder dihydroferulinezuur en verschillende fenolsulfaten. Ook veranderden de samenstelling en functionele capaciteit van het darmmicrobioom.
In de zeswekenstudie namen eveneens diverse microbiële fenolische metabolieten toe. De onderzoekers zagen echter slechts beperkte effecten op totaal- en LDL-cholesterol. Deze tweede studie ondersteunde daarmee vooral de rol van het darmmicrobioom bij de vorming van fenolische afbraakproducten uit haver.
Aanvullende laboratoriumexperimenten ondersteunden deze bevindingen. Dihydroferulinezuur beïnvloedde de opname en verwerking van cholesterol in cellen, terwijl fecale fermentatie-experimenten bevestigden dat darmmicroorganismen deze verbindingen daadwerkelijk uit haver kunnen produceren.
De combinatie van beide studies laat zien dat haverconsumptie leidt tot vorming van microbiële fenolische metabolieten die mogelijk bijdragen aan het cholesterolverlagende effect van haver. De meest uitgesproken cholesteroldaling trad op tijdens de kortdurende tweedaagse interventie. Echter de gevonden verbanden tussen microbiële metabolieten en cholesterol vormen geen definitief bewijs voor causaliteit.
De studie kent enkele beperkingen. Het aantal deelnemers was relatief klein. De kortdurende interventie duurde slechts twee dagen, waardoor de langetermijneffecten onzeker blijven. Daarnaast bestond de onderzoekspopulatie uitsluitend uit personen met het metabool syndroom.
Klümpen L, Mantri A, Philipps M et al. Cholesterol-lowering effects of oats induced by microbially produced phenolic metabolites in metabolic syndrome: a randomized controlled trial. Nat Commun. 2026;17:598.