Er blijkt een verband te zijn tussen een ijzerdeficiëntie en de ernst van negatieve symptomen in de eerste fase van schizofrenie. Wetenschappers hebben dit vastgesteld na een drie jaar (2015-2018) durende studie onder 121 patiënten die maximaal twee maanden onder behandeling waren, omdat zich een eerste episode van de ziekte voordeed. IJzer is een essentiële voedingsstof voor een aantal neurologische functies, zodat een tekort (of teveel) invloed heeft op het mentaal functioneren.
Tot de negatieve symptomen van schizofrenie behoren verschijnselen als avolitie (het onvermogen/gebrek aan motivatie om bijvoorbeeld te werken, te eten of zichzelf te verzorgen) en een afgenomen emotionele expressie. De hypothese voorafgaand aan het onderzoek was dat een ijzertekort mogelijk de activiteit van de neurotransmitter dopamine doet afnemen en daardoor negatieve symptomen oproept. Deze symptomen, onderverdeeld in matig en ernstig, brachten de onderzoekers in kaart middels een aantal meetschalen ontleend aan het psychiatrisch classificatiesysteem DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fifth Edition). IJzerdeficiëntie werd gedefinieerd als ≤ 20 ng/ml serumferritine. Het eiwit ferritine, dat ijzer bindt, is dan een maat voor de ijzerstatus. Een normale ferritinespiegel ligt boven de 20 ng en komt maximaal uit op 250 ng (mannen) of 100 ng (vrouwen).
Uit de gegevens bleek dat patiënten met ijzerdeficiëntie significant meer last hadden van negatieve symptomen dan degenen met normale waarden. Dat verband bleef bestaan na controle voor interveniërende factoren als de duur van de ziekte en de aanwezigheid van psychotische symptomen of depressies.
De richting van de causaliteit is daarmee nog niet duidelijk: uitputting van de ijzervoorraad kan negatieve symptomen veroorzaken, maar het kan net zo goed zijn dat omgekeerd deze symptomen leiden tot een ijzertekort. Voorstelbaar is dat bijvoorbeeld de schizofrenie-episode zelf of een ziekenhuisopname voor langere tijd leidt tot onvoldoende inname via de voeding. De onderzoekers achten dat echter minder waarschijnlijk, al is het alleen maar omdat de ziekte van de proefpersonen zich pas in het beginstadium bevond. Zij denken eerder dat door een haperende ijzerstofwisseling de dopaminerge activiteit vermindert, zodat negatieve symptomen ontstaan. Dat zou mogelijk een therapeutische interventie met ijzer(suppletie) zinvol maken.
Kim SW, Stewart R, Park WY, Jhon M, Lee JY, Kim SY, Kim JM, Amminger P, Chung YC, Yoon JS. Latent Iron Deficiency as a Marker of Negative Symptoms in Patients with First-Episode Schizophrenia Spectrum Disorder. Nutrients. 2018 Nov 8;10(11) https://www.mdpi.com/2072-6643/10/11/1707/htm