Fosfor is een essentiële voedingsstof, die zeer belangrijk is voor de botten. Maar aan fosfor is er geen gebrek: het zit voldoende in ons dieet: in vlees, granen en melkproducten. Fosforinname is in vele landen zelfs hoger dan aanbevolen en dat komt omdat fosforzouten aan voedingswaren toegevoegd worden. En dat zou de botten niet ten goede komen.
Studies die de impact van fosforinname op lange termijn hebben berekend, tonen verbanden met zwakke botten. Hoe hoger het fosfor in het serum, hoe lager de botdichtheid. In populaties met de hoogste fosforinnames is het parathormoon (PTH) in het serum dubbel zo hoog. PTH regelt de calciumhuishouding in het lichaam door nieren minder calcium te laten verliezen en door de calciumuitstroom uit de botten te verhogen.
Vooral de relatie tussen fosfor, calcium en de botten ligt gevoelig. Voeding rijk aan fosfor en arm aan calcium zet PTH aan tot het onttrekken van calcium uit de botten. Fosforsuppletie veroorzaakt inderdaad botverlies bij dieren en verhoogt markers voor botafbraak volgens klinische studies.
Fosfor hebben we meestal genoeg in onze voeding; natuurlijke hoeveelheden kunnen geen kwaad. Meer dan waarschijnlijk is het fosfor in additieven er teveel aan, in combinatie met een tekort aan calcium. Fosforzouten worden volledig opgenomen in de darmen, terwijl fosforzuur (bv. cola) verzurend werkt en de calciumopname verstoort. Dat fosforzouten gevaarlijker zijn dan natuurlijke fosfor, werd experimenteel bevestigd. Zij kunnen gemakkelijk voor 1 gram fosfor extra in de voeding zorgen.
Takeda E, Yamamoto H, Yamanaka-Okumura H et al. Increasing dietary phosphorus intake from food additives: potential for negative impact on bone health. Adv Nutr. 2014 Jan 1;5(1):92-7