Volgens een rapport van de British Medical Association (BMA) moeten we mentale gezondheid evenveel aandacht gunnen als lichamelijke gezondheid. Psychiaters verwaarlozen chronische lichamelijke aandoeningen bij hun patiënten, terwijl huisartsen geen rekening houden met de mentale problemen die gepaard gaan bij chronische ziekte. Besparingen in de gezondheidszorg in Groot-Brittannië hebben dit probleem alleen maar erger gemaakt.
Iemand met een mentaal gezondheidsprobleem heeft gemiddeld 15 (vrouwen) tot 20 (mannen) jaren minder dan verwacht te leven. Dat verschil kan niet verklaard worden door een hoger optreden van zelfmoord en gewelddadig gedrag, want 60 %van de voortijdige sterfte is wijten aan lichamelijke gezondheidsproblemen. Een gelijkaardig probleem kennen de meeste chronisch zieke patiënten: ze lijden aan mentale gezondheidsproblemen, die niet door de arts herkend of behandeld worden.
De grote aandacht voor de lichamelijke gezondheidszorg is onterecht; het gebrek aan fondsen voor de mentale gezondheidszorg vinden de auteurs van het BMA-rapport zelfs zorgwekkend. Beide moeten op dezelfde ooghoogte worden geplaatst, schrijven ze. Een integratie is noodzakelijk, want de tweedeling tussen psychische en fysieke geneeskunde is kunstmatig.
Een eerste stap daartoe is om elk hospitaal te voorzien van een psychiatrische dienst, en om patiënten in psychiatrische instellingen regelmatig te laten bijstaan door een gewone arts. In de artsenopleiding mag mentale gezondheid geen losstaande module meer vormen, maar moet ze volwaardig geïntegreerd worden in het curriculum.
Recognising the importance of physical health in mental health and intellectual disability. Achieving parity of outcomes. BMA report. 14 mei 2014