Hoge doses vitamine D lijken bij mensen met multiple sclerose (MS) relatief veilig onder medische controle, maar overtuigend bewijs voor klinische verbetering ontbreekt. Dat blijkt uit een recent gepubliceerde systematische review in Multiple Sclerosis and Related Disorders.
Onderzoekers uit Saoedi-Arabië analyseerden elf gerandomiseerde gecontroleerde studies naar de werkzaamheid en veiligheid van hooggedoseerde vitamine D bij volwassenen met MS. Ze doorzochten vier wetenschappelijke databanken en selecteerden studies met een dosering van minimaal 10.000 IE vitamine D per dag, of een vergelijkbaar doseringsschema. De onderzoeken omvatten uiteenlopende patiëntengroepen, voornamelijk mensen met relapsing-remitting MS, en vonden plaats in onder meer Nederland, Duitsland, Iran, Canada en de Verenigde Staten. De behandelduur varieerde van twaalf weken tot achttien maanden. De onderzoekers beoordeelden veranderingen in vitamine D-spiegels, immuunmarkers, MRI-afwijkingen, terugvallen, neurologische beperkingen en bijwerkingen. Ze voerden vanwege de verschillen tussen de studies geen meta-analyse uit.
Hooggedoseerde vitamine D verhoogde consequent de serumconcentratie 25-hydroxyvitamine D. Verschillende studies vonden daarnaast veranderingen in ontstekingsgerelateerde immuunmarkers, waaronder een afname van IL-17-producerende T-cellen. Andere onderzoeken lieten echter geen vergelijkbare effecten zien.
Ook de MRI-resultaten verschilden. Eén grote studie rapporteerde 32% minder actieve ontstekingslaesies, terwijl andere studies geen significante verbetering vonden. Voor het aantal terugvallen en de voortgang van neurologische beperkingen vonden de onderzoekers overwegend geen significante verschillen tussen de behandelgroepen.
De meeste studies rapporteerden weinig veiligheidsproblemen. Incidenteel trad een lichte, voorbijgaande verhoging van calcium in bloed of urine op. De auteurs benadrukken dat deze gunstige veiligheidsbevindingen betrekking hebben op patiënten onder medische controle, met regelmatige laboratoriummetingen. Volgens de onderzoekers kan hooggedoseerde vitamine D mogelijk een aanvullende rol spelen bij MS, maar klinische voordelen staan nog niet vast.
De kleine onderzoeksgroepen, relatief korte onderzoeksduur en uiteenlopende behandelprotocollen beperken de bewijskracht. Bovendien gebruikten veel deelnemers interferon-bèta, wat het afzonderlijke effect van vitamine D moeilijker aantoonbaar maakt. Grotere, langdurige studies moeten duidelijkheid geven over werkzaamheid en veiligheid op langere termijn.
Rose BD, Kreuch D, Wu T et al. Glycemic impact of non-nutritive sweeteners in health and type 2 diabetes. Nutr Rev. 2026. doi:10.1093/nutrit/nuaf313.